Categorie: algemeen

Rabbit r1 – the good, bad & ugly

Nadat ik ergens in januari op Twitter de aankondiging zag van de Rabbit r1, aangekondigd als slimme AI companion bestelde ik er zonder al te lang na te denken twee. Eentje voor mezelf, en eentje voor de kinderen. Inmiddels heb ik m ontvangen en deze gadget vraagt om een korte bespreking.

The Good

De reden dat ik m zonder al te veel nadenken kocht waren eigenlijk drie dingen;

  • Voor mijn gevoel kan een klein slim device dat altijd met je mee op pad zijn een goed alternatief vormen voor je smartphone inclusief verslavende apps
  • Het design van Teenage Engineering zag er gewoon geweldig uit (en is dat in de praktijk eigenlijk ook)
  • De prijs: voor minder dan €200,- ben je klaar
  • Het feit dat het een nieuw bedrijf lukt om werkende hardware in zo’n relatief korte tijd te ‘shippen’. We kennen allemaal nog wel verhalen van Kickstarter waar backers jarenlang zaten te wachten op hun spullen.

The Bad

Een AI product in een chique hardware doosje dat ook nog feilloos werkt voor een competatieve prijs. Wie wil dat nou niet? Nou dat is ook niet wat de Rabbit r1 is. Het design is prachtig, maar het scrollwiel voelt clunky. Daarbij kun je de r1 een vraag stellen, maar doet ie er vervolgens tergend lang over om een antwoord te vinden. Vraag m hoe hoog de Eifeltoren is en hij doet er gerust 30 seconde over om dit uit te zoeken.

De camera functie is behoorlijk vreemd: je kunt wel een foto maken maar deze gaat naar de r1 cloud en je hebt geen handige methodiek om deze op het device zelf terug te zien.

Er komen nog mogelijkheden om bijvoorbeeld je Spotify account te koppelen maar deze lijken allemaal nog niet af. Over ‘niet-af’ gesproken: dat is een beetje het algemene beeld bij dit apparaat.

The Ugly

Nadat Marquez Brownlee al vrij snel een vrij stevige review had geplaatst over de r1 bleek dat het bedrijf er achter ook niet perse een crisp verleden had: in het kort waren ze ooit betrokken bij een crypto/metaverse achtig platform waar niet zoveel van terecht was gekomen.

Onder de motorkap van de r1 zit gewoon een simpel Android operating systeem wat ook de suggestie werkt dat deze hardware niet bepaald specifiek is gemaakt om in een embedded systeem te zitten. Dit zou ook de traagheid voor een klein deel verklaren.

Conclusie

Ik ben enthousiast over het idee om een gepersonaliseerd device te hebben dat op basis van je persoonlijke context je kan ondersteunen met dingen. Aan de andere kant: hebben we niet allang zo’n device bij ons, in de vorm van je mobiele telefoon?

Zo’n apparaat zou ook sterk moeten leunen op persoonlijke informatie: je contacten, je kalender, je locatie etc. dus zoiets moet uiteindelijk ook gebouwd worden door partijen die een beter verleden hebben dan Crypto-scams.

De Rabbit r1 is in ieder geval een device dat ik vrij snel na de ingebruikname ook weer weg heb gelegd, het ding moet ook iedere 4 uur aan de lader. Ik vermoed dat ie een leven in de rommelbak, tussen de HDMI kabels tegemoet gaat.

Jammer.

11 voornemens

1. Documentaire maken over hoe ik een jaar lang fulltime probeer topdarter te worden. Als een 16-jarige kebab etende gast het kan, dan kan ik het ook. Het lichaam heb je er al voor, zei m’n vriendin treffend.

2. Van Werkspot de meest belachelijk onderbetaalde klussen aan te nemen en dan proberen niet door de mand te vallen met prutswerk. Hier een documantaire van maken.

3. Undercover bij een journalistieke redactie gaan die mensen undercover als post- flits of thuisbezorger laat werken om hier juicy artikelen over te schrijven.

4. Met behulp van ChatGPT een digitale Yvonne Coldeweijer nabouwen die wat random dingen roept die plausibel klinken maar – net als de echte? – vaak gewoon onzin zijn.

6. Starten met roken, om direct weer te stoppen en voor altijd te kunnen claimen dat t doodeenvoudig was.

7. In dienst gaan bij een overheidsinstantie en kijken hoe lang het duurt voordat ik ontslagen word wanneer je alleen het noodzakelijke doet, zoals op tijd komen en in vergaderingen zit. Hier een documentaire van maken (inderdaad, nummer 3).

8. Een heel leger subsidieadviseurs inhuren om overal subsidies vandaan te halen voor een product dat verder niet bestaat en er ook niet kan komen. Bekijken hoeveel geld je los kunt weken zonder enige tegenprestatie. Daarna natuurlijk netjes teruggeven.

9. Ik zag ergens dat Jordan Peterson alleen rood vlees at. Nou dat dus. Ik kan me oprecht niet voorstellen dat ik dat langer dan 2 weken vol zou kunnen houden.

10. Undercover gaan werken in een fabriek waar foto’s op canvas wordt gedrukt en te kijken wat voor bizarre dingen mensen uitprinten. Geen documantaire maken.

11. Proberen om zoveel mogelijk op TV te komen door me in te schrijven voor iedere spelshow of talkshow die er is en dan mee te doen, of in het publiek te zitten

Waarschijnlijk lukt geen van deze voornemens. Sterker nog: waarschijnlijk start ik er niet eens mee.

Waarom het beroep van Technisch Directeur binnen een Nederlandse voetbalclub een bijna onmogelijke opgave is

Ajax verloor dit weekend van FC Twente, en de manier waarop dat gebeurde was ontluisterend. Helaas zijn de problemen die zondag op het veld te zien waren terug te leiden tot een vrij lange geschiedenis van problemen. Edwin van de Sar slaagde er na het vertrek van Marc Overmars in 2022 niet in om tijdig een nieuwe technisch directeur te vinden. Als gevolg daarvan dreef de club een tijdje stuurloos rond.

De functie van technisch directeur (of ‘directeur voetbalzaken’) binnen een Nederlandse voetbalclub laat zich ongeveer omschrijven als volgt:

  • Je bent (eind) verantwoordelijk voor het samenstellen van een competatief team dat de doelstellingen van de club kan halen (bijvoorbeeld ‘Europees voetbal’)
  • Je bent verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de Internationale markt via de scouts van de club
  • De input vanuit de jeugdteams gebruik je om zorgvuldig te bekijken welke spelers geschikt zijn om ‘door te stromen’ naar de selectie

Kortom: je moet zorgen dat er een team op het veld komt (en blijft) dat de doelstellingen van de club haalt, of zelfs overtreft.

Met de komst van extreem veel oliegeld de afgelopen 20 jaar zijn de transferprijzen van topspelers door het dak gegaan. Er zijn overigens ook genoeg bewijzen te vinden dat niet alleen geld een club maakt, zo kwamen onder andere Chelsea en PSG in handen van buitenlandse investeerders, zonder echt het gehoopte sportieve succes te halen.

Terug naar Ajax, want dat deed in de zomerstop iets opmerkelijks. Het liet een hele lijst aan basisspelers vertrekken: Kudus, Timber, Alvarez, Bassey Wijndal en Tadic mochten voor veel geld naar andere clubs. Daarbij waren Kudus (43 miljoen) en Timber (40 miljoen) de absolute cashcows.

Het andere opmerkelijke was dat de nieuwe technisch directeur van ajax: Sven Mitslilat maar liefst 11 spelers aantrok, voor een gemiddeld bedrag van 9 miljoen per speler.

Deze tactiek heeft veel weg van de manier waarop amateurs aandelen kopen: ze verkopen de winnaars, en kiezen met ‘gut feeling’ nieuwe goedkopere aandelen waarvan ze denken of hopen dat deze gaan presteren.

Wanneer je er echter vanuitgaat dat de spelersmarkt gelijkenissen vertoont met de aandelenmarkt dan is iedere speler ongeveer net zo goed als z’n prijskaartje. In de aandelenmarkt heet dit ‘ingeprijsd’: een term die betekent dat relevante informatie over dat aandeel al is verwerkt in de prijs. Als Timber een heel seizoen op de bank had gezeten dan was hij niet voor 40 miljoen aan Arsenal verkocht, maar misschien voor 30 miljoen. Het feit dat Timber fit is, en normaliter direct inzetbaar voor Arsenal zit nu ingeprijsd in de transfersom.

Uiteraard zullen technisch directeuren (en de scouts en adviseurs) altijd van mening zijn dat de deals die zij doen juist goed zijn. Want zij hebben ‘kijk’ op het spelletje, en wellicht hebben ze ook wat data over de speler. Of hebben ze wat opnames bekeken.

Het idee dat je de markt zomaar slimmer af bent is alleen ouderwets. Iedereen bekijkt video’s, iedereen heeft toegang tot analyse-data van deze speler. En je kunt er donder op zeggen dat grote clubs nog veel meer middelen hebben om onderzoek te doen. Daarom verkoop je spelers waarschijnlijk altijd te goedkoop, en koop je wellicht altijd te duur.

Uiteraard zijn er technisch directeuren die ‘de spelersmarkt’ hebben verslagen. Bij Ajax was dit jarenlang Marc Overmars, die er om bekendstond hier een goed oog voor te hebben.

Een ‘goed oog’ of ‘onderbuikgevoel’ moet echter niet voldoende zijn om een beursgenoteerde onderneming succesvol te maken of houden. Zoals gezegd: je zult continu de markt moeten verslaan. Trends in de gaten houden en op zoek naar diepe patronen. Ook historisch en cultureel gezien. Je zult van mislukte transfers moeten uitzoeken wat er precies fout ging. Lag dat aan de speler, de club? Andere factoren? De culturele factor is ook belangrijk: een speler kan in een warm klimaat de sterren van de hemel spelen, maar kan hij dat ook op het kunstgras van Heracles bij -5 graden? Als je een bepaalde speler koopt, wat betekent dit voor de rest van de selectie? En wie verkopen we dan voor meer geld dan hij in feite waard is?

In de film Moneyball met Brad Pitt bouwt deze aan de hand van statistische analyse een geheel nieuw honkbalteam. Hij koopt en verkoopt puur en alleen op basis van de data die Jonah Hill voor m heeft samengesteld. Met resultaat: met een piepklein budget weten ze door te dringen tot de finales. Dat viel op: datadriven baseball was geboren.

Daarmee is de vraag geboren: moet je als technisch voetbaldirecteur eigenlijk verstand hebben van voetbal? Of is het veel beter of verstandiger om mensen met verstand van statistiek en wiskunde aan de slag te laten gaan? Of een combinatie? Volgens mij bestaan deze personen eigenlijk niet. En wanneer je gekozen elftal niet presteert, dan ben jij het eerste aanspreekpunt. Kortom: het beroep van technisch directeur is een bijna onmogelijke opgave.

De kit

Na tien jaar media-ervaring (NU.nl, Dagblad van het Noorden, Follow the Money) heb ik besloten om iets te gaan doen voor twee grote passies: Technologie & onafhankelijke journalistiek.

Het idee

Ik wil een website bouwen waarop journalisten terecht kunnen voor hulp bij het bouwen van een publicatie-platform. Op de website vind je (in het Engels) een lijst met allerlei geweldige open source projecten om direct te gaan gebruiken. Ook kun je hulp vragen aan tech-talent dat je kan helpen.

Waarom?

Ik geloof er in dat journalisten belang hebben bij een ‘owned’ platform waarbij je bereik en je journalistiek in jouw beheer is, en blijft. En niet in de handen komt van ‘big tech’.

Wat nu?

Ik heb hulp nodig. Ik heb een voorlopig lijstje gemaakt van dingen waar ik graag hulp bij krijg. Deze stuur ik naar vrienden van wie ik denk dat ze kunnen helpen. Misschien ben jij zo’n vriend.

En wat nu?

Bouwen maar! Heb je zin om samen te werken? Stuur me een mailtje of een appje.

Bedrijfsrisico lopen? Overheid springt wel bij

In de film de Big Short zit een scene, redelijk aan het einde, van Mark Baum (gespeeld door een geniale Steve Carell) als ‘angriest hedge fund manager’ die peinzend over een cappuchino belt met een collega. ,,Bernanke left the white house, they are gonna bail them out.” verzucht hij.

De film gaat over de start van de huizencrisis in 2008 waar banken via CDO’s enorme subprime risico’s namen. Toen deze instorten was het uiteindelijk de Amerikaanse overheid die bijsprong om deze bankiers te redden. Baum wou de ultieme wraak nemen op deze domme bankiers door een enorme shortpositie op te bouwen waarmee hij enorm veel geld verdiende en het systeem een enorme optater kreeg. Die optater kwam er maar deels: vanwege het feit dat de overheid bijsprong.

Ook in Nederland bleef deze crisis niet onopgemerkt en moest toemalig minister Wouter Bos ook ABN AMRO en later SNS nationaliseren. Zelfs het scenario dat alle banken genationaliseerd hadden moeten worden kwam ter sprake, gaf Bos later in interviews toe.

Zo ver kwam het niet maar ook de Nederlandse overheid koos er voor om onnozele bedrijven die veel te veel risico namen uiteindelijk te helpen, een trend die zich vanaf 2008 gestaag zou voortzetten. Met bijvoorbeeld KLM, het luchtvaartsprookje waar FTM-journalist Ties Joosten een fantastisch boek over schreef maar ook tijdens de corona-crisis.

Werd er ooit gelachen om het feit dat je als commerciele organisatie steun nodig had van de overheid, tegenwoordig is dit absoluut geen taboe meer. Sterker nog: het lijkt steeds meer een gewoonte om maar terug te vallen op de overheid wanneer jouw bedrijf door verkeerde strategie ten onder dreigt te gaan. Ondernemersrisico wordt op die manier doodleuk verlegt naar de overheid.

Onder het motto van werkloosheid, of economisch perspectief blijft de overheid daarom maar compenseren alsof het een lieve lust is. Boeren, die jarenlang aan subsidie-infusen hebben gelegen worden straks – als het aan Remkes ligt – vorstelijk gecompenseerd met een uitkoopregeling maar ook andere sectoren die allang geen perspectief meer hebben gaan vrolijk door, tot de overheid bijspringt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld netsenfokkerijen.

Energie te duur? Overheid springt bij. Coronamaatregelen in de horeca? Overheid springt bij. Vogelgriep? Overheid.

Je ziet: de lijst met matig ondernemerschap, dikke pech en verzekerbaar bedrijfsrisico begint allemaal een schuld te worden waarbij de overheid uiteindelijk maar de rekening oppakt.

En dat is van zichzelf natuurlijk allemaal niet zo’n probleem. Immers: de overheid heeft geld zat. Maar uiteindelijk komt het – precies zoals Mark Baum in de film al voorspelde – toch weer terug bij de leraren, de politieagenten en de immigranten.

Waarom ik niet geloof in een metaverse van meta

Alle ronkende voorspellingen over virtuele werelden ten spijt: ik geloof er niet in. Eén van de meest vooraanstaande techbedrijven doet dat wel, en veranderde zelfs van naam: Facebook werd Meta.

Door het persteam van Zuckerberg werd alles uit de kast getrokken om te doen geloven dat het serieus was voor Zuck: er werd McDonald’s besteld die Zuckerberg natuurlijk niet opat en daarom maar door zijn persteam kundig om z’n computer heen werd gedrappeerd. Alles om te doen geloven dat het Facebook – excuus, Meta – alles aan is gelegen om de virtuele wereld een succes te maken. Voor Zuck zelf lijkt het ook een persoonlijke quest die er behalve tijd ook een flink bedrag – en daarmee flink deel van z’n bedrijf – mee op het spel zet.

Ondanks zijn directe bemoeienis vraag ik me sterk af of dit een slimme keuze is. Beleggers zijn sindsdien niet persé heel vriendelijk geweest voor het aandeel, maar dat zegt waarschijnlijk niet zo veel.

Facebook – grrrr, weer – heeft een historie van meer dan 15 jaar waarin het ruzie maakt met alle partners die ook geld probeerden te verdienen op het platform: defacto iedereen.

Neem de video’s van Tasty, destijds een kook-kanaal op Facebook met ogenschijnlijk supersimpele gerechten die van bovenaf werden gefilmd. Iedere video haalden miljoenen views en vaak ook tienduizenden likes. Dat laatste was toen (2012) nog een belangrijke metric.

Ken je die fase nog dat je tantes een FarmVille boerderij hadden en alles daarvan geautomatiseerd op je timeline werd gepost? De makers van die games gingen mega-viral via Facebook. In korte tijd zat iedereen graan te verbouwen en varkentjes te voeren. Op Facebook.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan Facebook pages: een initiatief waar ik destijds een SaaS oplossing omheen bouwde waarmee je marketingcampagnes kon maken via een coole editor. Die tool werd een bescheiden succes, maar altijd was er die dreiging van het moment dat Facebook de plannen zou wijzigen en de business er onherroepelijk aan zou gaan. Dat gebeurde uiteindelijk ook: Facebook koos er voor om marketing-pagina’s op de Pages minder urgent te maken, en organisch bereik leverde steeds minder op.

Tot Facebook het allemaal welletjes vond. Gamemakers als FarmVille en CandyCrush mochten het zelf uitzoeken: berichten vanuit apps gegenereerd werden voortaan volkomen genegeerd en ook de uitgever van Tasty was snel weg toen Facebook de kraan voor organisch bereik dichtdraaide. Populaire social-nieuwsmerken als Linda Magazine zagen overnight hun bereik flink teruglopen. Alle fans die deze merken met zoveel blauwe duimpjes hadden binnengehengeld konden voortaan alleen nog bereikt worden door te.. adverteren.

Dit bracht de begrippen owned en earned media weer helemaal in de belangstelling: veel merken stapten over naar betrouwbaardere kanalen (YouTube) of gingen aan de slag met de good-old nieuwsbrieven en e-mailmarketing. En er werd ge-experimenteerd met nieuwe vertelvormen op bijvoorbeeld Instagram, dat geheel in traditie ook snel een betaald kanaal werd.

Ergens kun je het Facebook niet kwalijk nemen dat ze het bereik willen afrekenen. Het is immers een mediabedrijf. Maar de manier waarop Facebook continue de poten onder de stoelen van partners vandaan probeerde te halen verdiende niet bepaald de schoonheidsprijs: onaangekondigd, en pas nadat merken zelf dat bereik hadden opgebouwd.

Doordat deze ‘engagement’ merken allemaal van het platform gingen liep Facebook zelf ook vrij snel leeg. Schandalen zoals die met Cambridge Analytica en beschuldigingen van het beïnvloeden van de Amerikaanse verkiezingen hielpen ook niet bepaald mee. Facebook probeerde jarenlang met allerlei dubieuze growth hacks mensen weer terug te doen keren maar het kwaad was toen al geschied: Facebook werd een zielloze een echo-chamber.

En nu is het dus de beurt aan nieuwe inzichten: een virtuele wereld waarin je als ‘avatar’ kunt rondlopen. Alsof het bedrijf zich realiseert dat ze in de ‘echte’ wereld ongeveer alle krediet heeft verspeeld nu maar in een zelfbedachte wereld stapt. Met een eigen Metaverse waarin alles weer koek en ei is. Inclusief alle relaties die er de afgelopen tien jaar geschaad zijn. Want zou een Ray Ban nog echt alle zonnebrillen willen laten inscannen om ze virtueel uit te delen (of te verkopen, who knows) in Meta? Of ziet Meta dit straks ook als interessant revenue-model om zelf te doen? En duwen ze dan Ray Ban even zo makkelijk aan de kant? Of start Ray Ban sowieso nooit met deze business omdat niemand zo gek is om urenlang met een VR headset op z’n hoofd rond te lopen in een door Meta gecreeerde werkelijkheid?

Waar gewerkt wordt worden ook fouten gemaakt, maar er is wel een ondergrens

Of het nu gaat om grote thema’s die door Rutte IV niet zo belangrijk worden gevonden (klimaat) of migranten die in een uithoek in Nederland zich aan moeten melden, alleen maar omdat dit het meest frustrerende is, en ter plekke horen dat er helemaal geen opvang voor ze is.

Een huizencrisis die nu al meer dan 20 jaar aan de gang is. Het toeslagenschandaal dat begon in Rutte III en nu niet alleen doorsuddert maar extra dimensies heeft gekregen met uithuisplaatsingen. Het is om van te huilen.

Waar gewerkt wordt worden ook fouten gemaakt. En soms leiden die fouten tot grote rampen, zeker als het gaat om de levens van mensen. Zie de aanpak van de corona-crisis. Of de toeslagenaffaire waar hele families nog jarenlang last van zullen hebben.

Over twintig jaar zullen we de volledige omvang kennen van alle schade die er in 4 kabinetten Rutte heeft plaatsgevonden. Opvolgers zullen beetje bij beetje weer een nieuw stelsel moeten bouwen en ook langzaam weer vertrouwen moeten terugwinnen. En dan bedoel ik: écht terugwinnen. Niet door het als ronkende slogan in je verkiezingen te presenteren terwijl je ergens een rapport overhandigd krijgt dat je tegelijkertijd professioneel weg probeert te moffelen.

Hoe een blind persoon glas weggooit

Kijk, wees ik mijn zoontje. Je hebt hier een letter, de W van wit. Daarmee kan een blind iemand zien dat het witte glas in de linkerbak moet.

Maar hoe weet die persoon dan dat hij wit glas in handen heeft? Vroeg mijn zoon.

Dat wist ik zelf ook niet.

Als je van je fiets valt

Gisteren viel ik met mijn zoon van m’n fiets. Na mijn val keek ik snel hoe hij er aan toe was. Behalve geschrokken had ie niets en zelf was ik op een schaafplek op m’n linkerknie ook niet gewond.

Zo’n valpartij (er reed een jongetje tegen ons achterwiel) doet je eventjes beseffen dat je behoorlijk kwetsbaar bent op twee dunne bandjes. De schrik zit er de rest van de dag nog best in.

Mijn woonplaats Groningen is een uitstekende plek om de fiets te nemen, in een radius van ongeveer 2,7 kilometer is werkelijk alles te bereiken en is de fiets veruit de snelste methode, afgezien van wat deelscooters die het stadsbeeld nu (waarschijnlijk tijdelijk) vervuilen.

Ik had ooit een Amerikaanse vriend te logeren in Utrecht, en hij vroeg zich af hoe iedereen zo probleemloos kon fietsen in zulke drukte. Dat deed hij terwijl ie achter op mijn fiets op de bagagedrager zat, iets dat ie vanzelfsprekend ook nog nooit had gedaan.

Die vraag houdt me nog steeds wel bezig, bijvoorbeeld op drukke kruispunten waar veel fietsers tegelijkertijd oversteken.

Ik zie daar ook veel buitenlandse studenten oversteken. Zij hebben het beduidend moeilijker om goed te integreren in de fiets-mores van de stad.

Een aantal observaties hoe we dit doen:

  • Doorfietsen. Ik was eens in Carmel, een schattig plaatsje langs de Route 1 in Amerika waar ik door werkelijk iedere automobilist op ieder kruispunt ruimschots werd voorgelaten. Hoewel dit heel fijn en aardig klinkt is het ook nogal vreemd want je leert hierdoor de regels eigenlijk ook niet, en je kunt alsnog niet echt doorrijden want je kunt er ook niet op vertrouwen dat je dan van iedereen voorrang krijgt. In de Nederlandse fietscultuur is echter de regel dat je zelf doorfietst, en alleen in uiterste nood stopt of zelfs hard remt. Hierdoor blijven mensen bewegen, ook in drukke situaties. Je krijgt hierdoor minder botsingen met fietsers die wel doorfietsen.
  • Op onoverzichtelijke kruispunten waar fietsers elkaar kruisen (en dus potentieel de grootste kansen hebben om elkaar te raken) kijken mensen ver vooruit, en zoeken ze bewust of onbewust al een pad dat ze gaan nemen. Ze fietsen vervolgens zelfverzekerd over deze uitgekiende baan. Over eventuele tegenliggers wordt nagedacht om hier ofwel voor, ofwel achterlangs te kruisen.
  • Met oogcontact kan worden bekeken wat de intentie is van andere fietsers. Fietsers kijken altijd de kant op waar ze heen willen. Door de kijkers kunnen ook de minder-kijkers worden ontlast want deze kunnen probleemsloos verder fietsen: ze worden gecompenseerd door de mensen die wel goed opletten.
  • Fietscultuur: omdat we al van jongs af aan leren fietsen hebben we ingebakken dat fietsen niet gevaarlijk is. Helmen zijn hier dan ook eerder uitzondering dan regel en men is niet bang om te vallen. De perceptie is ook dat je niet zomaar kunt vallen.

De Web3 hype en wat ik daar tot nu toe over weet

Ergens in mijn bubbel op Twitter kwam ik er achter dat er zoiets bestaat als Web3.

Dit is wat ik er nu van weet.

Web 1 was eigenlijk het eerste internet. Het internet dat allemaal nog vrij statisch was, met wat pagina’s, protocollen en open. Het was het begin van een fantastisch decennium, daar ergens in de jaren ’90.

Toen dat vrije Internet massale adoptie kreeg rond de 2000’s bleek dat je ook geld kon verdienen online. We belanden in Web 2.0. De bandbreedte nam toe, en rond de jaren 00 hadden we een heuse Dotcom bubble. Enthousiaste investeerders mikten er op dat het Internet een dominante wereldwijde kracht zou worden. Ze hadden gelijk, maar het momentum was net iets te vroeg.

Nu, rond 2021 is het Internet een ronduit grimmige plek geworden met cookie-trackers, agressieve advertenties, spam, betaalmuren en een aantal grote (grotendeels Amerikaanse) spelers die het openbare Internet in z’n greep houden: Google, Facebook, Apple en in Amerika Amazon.

Ook is er een opkomst van blockchain toepassingen, waarvan Bitcoin natuurlijk veruit de bekendste is. Bitcoin – en ook andere cryptocurrencies – worden niet op 1 centrale plek beheerd, en bestaat alleen uit een enorme berg ‘nodes’ die elkaars werk in de gaten houden. Bovenop deze technologie worden nu in rap tempo nieuwe toepassingen gebouwd, waarvan de NFT’s (non-fungible tokens) de bekendste zijn. Feitelijk gezien zijn dit nu nog virtuele postzegels: je kunt digitale kunst verzamelen waarvan het eigendomsrecht in de blockchain wordt opgeslagen. Je kunt de regels van dit eigendomsrecht vastleggen volgens bepaalde spelregels.

Mijn Twitter bubbel denkt dat dit heel revolutionair is, en dat we het einde van dit ‘open en anarchistische’ web nog lang niet hebben gezien. Zij noemen dit Web3. En wij wachten af.