Categorie: Geen categorie

Ergens in The Big Short (geniale film over de financiële crisis uit 2007, ga deze kijken als je dat nog niet hebt gedaan) zit een scene van Ben Rickert (gespeeld door Brad Pitt) die als ex-bankier extreem paranoia is geworden over eigenlijk alles. In de scène wordt hij opgehaald van het vliegveld. We zien hem op de roltrap omlaag, en op de andere roltrap staat een Aziatische man met wit mondkapje op. Rickert zelf draagt er ook eentje.

De regisseur gebruikt dit beeld natuurlijk om aan te geven hoe wantrouwen er precies uit – kan – zien maar het beeld van mensen met mondkapjes is in 2020 heel anders. Ik had eerlijk gezegd niet zo zien aankomen dat er een tijd zou zijn dat we in supermarkten massaal allemaal een mondkapje op zouden moeten. Maar dat is nu wel de realiteit.

Om te zien hoe vreemd dit concept eigenlijk is hoef je dus alleen kort naar een film te kijken die dit zo zijdelings laat zien: uit de tijd dat mondkapjes nog zeer zeldzaam waren en de dragers ervan vooral als paranoïde werden gezien.

Review – the Queen’s gambit

Na het verschijnen van the Queen’s gambit (een specifieke opening tijdens schaken) op Netflix maken we kennis met Beth Harmon. Beth lijkt een nogal autobiografisch tintje te hebben maar dit is niet het geval: the Queen’s gambit is gebaseerd op een boek. In aflevering 1 zien we Beth als klein meisje in een kindertehuis, en de serie wekt vanaf het begin nogal de indruk dat het allemaal vrij dramatisch wordt, maar gek genoeg blijft het gedurende alle hoofdstukken best luchtig.

En dat maakt de serie ook goed. Het is niet perse nodig om iets te weten van schaken – want zoveel schaken zit er ook weer niet in – maar het is een interessant verhaal in een prachtige setting middenin de jaren ‘60 en later ‘70 in de suburbs van Amerika.

De serie kijkt – op wat irritante karakters later in de serie – lekker weg en daarom merk je eigenlijk nauwelijks dat de afleveringen bijna een uur duren, wat ik normaliter nogal aan de lange kant vind voor een serie.

Beslommeringen over corona, op het schoolplein

De directeur van onze basisschool stuurt met enige regelmaat updates rondom de coronasituatie via de daarvoor bestemde school-app.

Daarover gaat het in alle eerlijkheid over de beslommeringen in deze onzekere tijden. Geheel in stijl van een progressieve openbare basisschool is de directeur een gepassioneerd voorvechter van radicale transparantie. Bijvoorbeeld over de onzekere tijden, de ambtelijke molen en de flexibiliteit die dit van personeel, ouders en kinderen vraagt.

In de praktijk vragen al deze maatregelen vooral geduld. Om exact 14.30 staan we als brave ouders van drie klassen groep 2 netjes buiten de poort te wachten op ons kroost. Iedereen probeert 1,5 meter afstand te houden. Soms lukt dat, en soms niet. Niemand draagt een mondkapje. De sfeer wanneer de kinderen naar buiten lopen is uitgelaten. Corona lijkt soms wel even heel ver weg.

Hoe Roglic op de streep struikelde

Op één dag na leek de Sloveen Primoz Roglic de tour in de pocket te hebben. In het geel, met een afsluitende tijdrit. 57 seconde verschil, dat moest wel goed kunnen komen. Maar dat kwam dus niet goed want hij werd met bijna 2 minuten geklopt. Geen tourwinst, geen bloemen in Parijs.

Ik hoorde het op de radio, hoe de piepjonge landgenoot van Roglic Pogacar tijdens de tijdrit genadeloos uithaalde.

Nu we op de day after zitten wordt alles wat duidelijker: we gingen er iets te eenvoudig vanuit dat Roglic dit over de streep kon trekken. Zijn ploeg – onze ploeg – Jumbo Visma had letterlijk 30% van de tijd aan kop gereden en Roglic keurig volgens US Postal, Sky en INEOS model afgeleverd, hoog op de berg. Daar had Roglic niet verloren. Maar hij won tegelijkertijd ook nergens écht overtuigend. Het verschil met voorgenoemde ploegen was toch altijd dat een Armstrong, Thomas of Froome een allesbeslissende solo in de benen hadden waarbij ze alle concurrentie in 1 klap declasseerden. Dat gebeurde bij Roglic niet. Sterker nog: Pogacar bleef zonder eigen team keurig in z’n wiel hangen.

En zo bleef het beeld hangen dat Jumbo toch iets te comfortabel was omgegaan met de winst. Geen allesbeslissende demarages in de beslissende cols. Je directe concurent in de eerste week laten terugkeren nadat hij in een waaier was beland. Iets te berekenend gereden. Miscshien wel iets te vroeg gepiekt. Hoe dan ook: de prestatie van Pogacar mocht er ook zijn, want als je zoveel verschil (1.20) op wereldkampioen tijdrijden Dumoulin weet te maken dan verdien je die tourwinst ook ten volle.

Social media is geen publiek web waar alles maar kan- en mag

Jaren geleden waarschuwde Internet oprichter & pioneer Tim Berners Lee al voor een ongekende verschraling van het wereldwijde web, een uitvinding die hij met wat MIT collega’s in 1989 deed.

Reden van die verschraling? De dominantie van de grote 4: Google, Apple, Facebook en Amazon.

Inmiddels is de situatie er bepaald niet veel beter op geworden want ook Microsoft heeft zich met een hele berg clouddiensten en ontwikkeltools gemeld als machtige speler.

De meest in het oog springende uiting hiervan was het Russische trollenleger dat in in 2016 via Facebook Trump aan de macht hielp.

Nu, ruim 4 jaar later liggen we aan het aandachts-infuus van Facebook dat ons min of meer succesvol verslaafd heeft gemaakt aan zijn producten en diensten. Voor een deel van weldenkend Nederland is de Facebook Wall waarschijnlijk ook synoniem aan ‘het Internet’.

Toen Facebook daarom vorige week besloot om karikaturen van zwarte piet te gaan weren waren een heleboel mensen boos. ,,De vrijheid van meningsuiting!” riepen ze in koor.

Hiermee leken ze zich niet te beseffen dat ze slechts gasten zijn op een platform. Een platform dat volledig naar eigen believen kan kiezen of ze jou een stem – of zelfs megafoon – geven.

Zelfde geldt ook voor Maurice de Hond, die om onduidelijke redenen van LinkedIN werd geweerd. Zijn 20.000 ‘volgers’ hadden zo geen toegang meer tot zijn informatie. Moord & brand.

Zelfs uitstekende journalisten trappen in deze framing: het uitsluiten van Maurice de Hond zou niet de taak mogen zijn van LinkedIN?

Alle grote media-platformen die user-generated content bevatten worden gemodereerd. Soms streng, soms nauwelijks. Deze bedrijven reageren op vlaggetjes van andere gebruikers die content markeren als ‘niet gepast’ maar ook via algortimes die berekenen of het bericht in strijd is met de richtlijnen.

Vaak is dat allemaal nog zo problematisch, wanneer je het gebruikt zoals het ontworpen is: om foto’s en video’s te delen van je vrienden, of kattenfilmpjes. Maar de afgelopen jaren hebben heel veel gebruikers het platform ook voor hele andere doelen ingezet, bijvoorbeeld om actie te voeren. Tegen Corona, 5G of zwarte piet. Social media blijkt een uitstekende manier te zijn om gelijkgestemden te vinden. Dit nodigt ook weer uit om met steeds extremere theorieen te komen, want deze vinden gretig aftrek op die platformen. Met als gevolg dat de sociale kanalen de touwtjes weer sterker in handen nemen, en – zoals Facebook – uiteindelijk de regels aanpassen rondom zwarte piet, of zoals recent Twitter deed met #fakenieuws vanaf het Twitteraccount van Trump.

De oplossing is vrij simpel: als je zeker wil weten dat jouw content niet op wat voor manier dan ook geredigeerd, ge-mute of verbannen wordt dan is het nog altijd het beste om zelf iets te bouwen/hosten. Een eigen blog bijvoorbeeld. (trouwens, zoiets hoeft absoluut niet duur te zijn, bij bijvoorbeeld Versio heb je al een eigen domein + hosting voor €0,49,- per maand)

Dat klinkt allemaal nogal omslachtig en gedoeïg, maar op deze manier verzeker je jezelf er van dat je onbeperkt al je gedachten en gevoelens zonder enige limitaties kunt spuien. Je kunt vervolgens alle socials inzetten om deze gedachten verder te verspreiden.

Hierdoor krijgen we ook weer een diverser web, een web dat niet gedomineerd wordt door enkele grote partijen die aan de hand van algoritmen bepalen of jouw content gelezen moet worden (of juist niet). Een e-mail nieuwsbrief komt bij iedere ontvanger aan in z’n inbox: een Facebook post bereikt gemiddeld nog maar een paar procent van je opgebouwde volgers

Kijk ‘AFRICA – Toto x Peter Bence (Piano Cover)’ op YouTube

Buffalo Springfield cover die zó goed klinkt dat ie net zo goed t origineel had kunnen zijn

Waarom de Lelylijn de beste compensatie is voor de gasproblematiek

Nu de gaskraan definitief dicht gaat en het programma voor reparatie en schadeherstel piepend en krakend in beweging komt wordt het eens tijd om te kijken naar de volgende stappen om het Noorden weer mee te laten doen in Nederland.

Een klein stukje achtergrond: in 2014 kwam ik vanuit mijn woonplaats Utrecht naar mijn vriendin in Groningen. Ik had toen een online bedrijfje dat onafhankelijk van locatie geld verdiende. Omdat Utrecht en Groningen bijna dezelfde stad waren én omdat we samenwonen tot dan toe al vijf jaar hadden uitgesteld leek me dit de logische keuze. En vooropgesteld: ik heb daar nog steeds geen dag spijt van. De kwaliteit van leven in Groningen is prima: je kunt er nog betaalbaar wonen, kinderopvang heeft nauwelijks wachtlijsten, idem dito basisscholen. Er zijn geweldige restaurants, parken en festivals zoals Noorderslag, Noorderzon en Let’s Gro.

Er zijn een paar nadelen.

Eén daarvan is dat Groningen verrekte ver weg ligt van de rest van Nederland. Groningers zelf doen hier niet al te moeilijk over en rijden makkelijk in een dag heen- en terug naar bijvoorbeeld Amsterdam maar ik vind dat persoonlijk behoorlijk vermoeiend – en lang.

Het andere nadeel is dat er – mede als gevolg van die afstand – wat minder economie is dan in de Randstad. Groningen heeft geen eigen banken of verzekeringsmaatschappijen en de grootste werkgevers zijn overheidsinstanties als de universiteit, de Hanze Hogeschool, de DUO en de GasUnie.

Aan de andere kant heeft Groningen best een heleboel leuke bedrijven, waarvan er een aantal ook snelle groeiers zijn in hun betreffende productcategorieen.

We hebben inmiddels duidelijk dat de overheid vrolijk de burgers in het Noorden heeft misleid over de gevaren van de grootschalige gaswinning. En dat dit niet toevallig een paar maanden duurde, maar al sinds 1959 aan de gang is.

In tussentijd is de overheid – en daarmee de Nederlandse samenleving als geheel – lang niet slechter geworden van de inkomsten hieruit. Volgens het CBS gaat het om 417 miljard euro.

Helaas hebben we dit geld als samenleving dus ook allemaal al weer opgemaakt. En niet – zoals het Noorse model – allemaal belegt in een megafonds.

Dan de Lelylijn. Plannen om een veel snellere verbinding de realiseren tussen het Noorden en ‘de rest’ bestonden al veel langer, maar sneuvelden altijd. Ook dit keer zal dit waarschijnlijk gebeuren, niet in de laatste plaats omdat de geschatte kosten ergens tussen de 3,6 miljard en 5 miljard liggen. De overheid kennende gaat dit bedrag ergens maal 3 of 4 waardoor we op een kostenplaat van bijna 20 miljard komen. Pittig.

Het interessante is echter dat dit niet alleen de arme Noorderlingen verbindt met de randstad, maar ook andersom. Als de reistijd naar bijvoorbeeld Amsterdam kan worden teruggebracht tot een uur dan is dit voor veel forenzen ineens een bereisbare afstand. Een afstand die je nu hebt tussen pak-m-beet Apeldoorn en Amsterdam of Zwolle en Amsterdam. Hierdoor wordt het een stuk interessanter om Almere en Lelystad over te slaan, en bijvoorbeeld in Drachten of Zwolle te gaan wonen. Als gevolg hiervan wordt de huizenmarkt weer een beetje eenvoudiger omdat er op meer plekken effectief gebouwd kan worden: kost wat, heb je ook wat.

Uiteraard past dit idee ook uitstekend in de bedere ambitie om het spoornet wat robuuster te maken zodat we niet meer zoveel hoeven te vliegen. Een verbinding tussen Amsterdam en Hamburg is ook al eens ter sprake geweest.

Waarom schrijf ik hier boven dan zo achteloos op dat ik denk dat dit alsnog gaat sneuvelen? Simpelweg: de kosten zijn te hoog, en de veronderstelde baten liggen te ver in de toekomst voor carrierepolitici om zich ook echt hard voor te maken. Bovendien is er een enorme politiek afbreukrisico als dit project ook weer jaren vertraging krijgt en – uiteraard – weer veel duurder dan begroot. De tijd van ambitieuze politieke plannen ligt alweer enige tijd achter ons, helaas.

De herverkiezing van Trump

Ik weet nog dat ik in de verkiezingsnacht van 8/9 november 2016 ergens midden in de nacht wakker werd en me even realiseerde dat er nu misschien wel wat meer definitief nieuws was rondom verkiezingen in de US. En jawel. Daar stond het in het felle licht van een NOS pushbericht: Trump staat stevig aan kop en heeft nog enkele staten nodig.

Nu snap ik weinig van het systeem van kiesmannen en de hele wiskunde hierachter maar één ding werd me duidelijk: de media had er flink naastgezeten. Ik was gaan slapen met het idee dat we na Obama een eerste vrouwelijke Amerikaanse president (e?) zouden krijgen. Niet dat dat idee me erg aanstond: ik vond Hillary vooral een spreekbuis van de heersende elite die op dure conferenties voor veel geld speeches had gegeven en wiens man Bill achter de schermen nog altijd een nadrukkelijke rol speelde. Een berekenende vrouw die toch vooral uit was op de macht en het bijbehorende pluche, en niet zoveel menselijks of échts in zich had. In Europa zijn we allang gewend aan vrouwelijk leiderschap dat inspirerend, gedurfd en volwassenen is. Kijk naar een Merkel of een Lagarde. Of – iets dichter bij huis – een Sigrid Kaag die vloeiend allerlei talen spreekt en niet bang is om haar nek uit te steken in het Midden Oosten.

Goed, terug naar die nacht in 2016. Ik ging slapen met een ietwat verwonderd gevoel dat de dagen daarna omsloeg in totale verbazing toen ook de media weer bij zinnen was.

Amerika was van één van de meest inspirerende personen in de geschiedenis teruggevallen tot één van de minst inspirerende rolmodellen. En was haar plek op het wereldtoneel ook direct kwijt. Want je kunt je als land behoorlijk belachelijk maken met premiers of presidenten die niet voldoen. Zonder sterk leiderschap verlaat je bijvoorbeeld geen EU, of krijg je écht dingen voor elkaar.

Inmiddels zijn we een flink aantal jaren verder, en ondanks dat de impeachment procedure nu echt in voorbereiding is zit hij eigenlijk nog steeds waar hij begon, ondanks de lange reeks aan schandalen, uitglijders en blunders.

Inmiddels maakt Amerika zich ook op voor een nieuwe verkiezingsronde die in 2020 plaats moet vinden. Aan de democratische zijde kan het feitelijk nog alle kanten op. Elisabeth Warren lijkt aardige papieren te hebben en heeft in tegenstelling tot Hillary Clinton wel degelijk een zeer humaan voorkomen. Daarbij heeft ze ook uitstekende vijanden, zoals Mark Zuckerberg die zich in een uitgelekte vergadering liet ontvallen dat hij dacht dat Warren Facebook uiteindelijk zou opknippen. Hij wou er actief werk van maken om dat tegen te gaan. Veel betere pers kun je als kandidaat eigenlijk niet krijgen. Wie zijn er dan nog meer? Bernie Sanders, de PVDA-er die rechtstreeks uit de jaren Melkert lijkt weg te komen en een – naar Amerikaanse standaarden dus – behoorlijk linksig plan heeft. Hij was de vorige verkiezingen de laatste democratische afvaller. Z’n leeftijd (74) zal ook niet helpen.

Dan hebben we nog Biden. Van hem weet ik alleen dat ie altijd nogal jolig met Obama omging. Maar wie deze man zélf is weer ik eigenlijk niet. Ik denk dat de shine van Obama niet genoeg op hem af straalt om m daadwerkelijk in de race te houden.

Andere kandidaten? Nog niets inspirerends. De kandidate die wellicht het meeste weerzin oproept bij de republikeinen kan vanwege haar leeftijd nog niet mee doen. Ik schreef eerder over AOC maar die is nog te jong om mee te doen.

Van achter de coulissen is ook Micheal Bloomberg opgestaan. De burgemeester van New York was niet de meest voor de hand liggende kandidaat, maar zelfs de stad New York is een kleine economische supermacht en Bloomberg kent eigenlijk iedereen op het wereldtoneel, en zij hem. Misschien wel een belangrijke kandidaat.

Bij de Republikeinen is vooral Trump populair en mijn stiekeme voorspelling is dat het verdeelde landschap rond de democraten uiteindelijk voor verlamming zorgt: de voorverkiezingen worden een lange strijd, die Trump zelf niet hoeft te voeren. De democratische kandidaat die het einde haalt zal moe zijn, en misschien niet zoveel inspirerende- en krachtige retoriek hebben tegen de onzin van Trump. Daarbij: alles daarover is inmiddels wel zo’n beetje gezegd. Het shockeert klaarblijkelijk niemand meer. En daarom denk ik dat we nog vier jaar Trump erbij krijgen.